Gertrude: een trui met een ziel (en een prachtig duurzaam voorbeeld)
Dit artikel is doorgeplaatst vanuit OFFMODE, mijn Substack newsletter. Wil je vanaf nu al mijn artikelen direct in je mailbox ontvangen? Abonneer je hier!
Ik schrijf eigenlijk nooit over één kledingstuk, liever richt ik me op de bizarriteiten en de alternatieven van het huidige modesysteem. Maar voor Gertrude móest ik een uitzondering maken. Gertrude is namelijk geen gewone trui, maar een belangrijk tegengeluid. Ik mocht haar prachtige proces volgen – van schaap tot kledingstuk- langs alle pioniers die dit ontwerp van Joline Jolink met zoveel toewijding maakten. Of beter: co-creëerden.
En geloof me: als je Gertrude’s verhaal kent, voel je zóveel als je haar aantrekt (ik spreek uit ervaring). Deze trui herinnert je eraan dat kleding meer kan zijn dan een gebruiksvoorwerp. Een keten van betekenis en verbinding.
En het mooiste: we kunnen daar nu allemaal onderdeel van worden. Gertrude is namelijk vanaf nu te leen bij kledingbibliotheek LENA Library in Amsterdam. Voor slechts €2,50 per dag kun jij de allereerste, originele Gertrude dragen. Laat je, net als ik, inspireren door haar verhaal.
Waarom dit ertoe doet
We leven in een tijd waarin mode z’n waarde compleet is kwijtgeraakt. Kleding was nog nooit zo goedkoop, zo slecht gemaakt en zo krankzinnig overvloedig aanwezig. Elke dag worden er wereldwijd honderden miljoenen kledingstukken uit de grond gestampt. Veel meer dan we ooit kunnen dragen.
Veel merken houden ons het liefst ver weg van de werkelijke, soms gruwelijke verhalen achter hun collecties. We hebben geen idee meer wie onze kleding maakt of hoeveel werk en grondstoffen erin zitten. Én: dus ook niet aan welke keten we bijdragen. Als je die verbinding niet voelt, is het logische gevolg dat je kleding als een wegwerpartikel behandelt.
Zoals ik deze week ook op Instagram deelde in mijn rant over SHEIN (kon het niet laten): we zitten middenin de ultíeme race to the bottom. Machtige bedrijven met een tunnelfocus op winstmaximalisatie drijven het systeem tot het uiterste, met desastreuze gevolgen voor de makers, de natuur en onze eigen gemoedsrust.
Gertrude ❤️
Gertrude belichaamt alles wat fast fashion níét is: kleinschalig, eerlijk en lokaal, gemaakt met aandacht en ambacht. Door drie vrouwen die hun vak én hun idealen bloedserieus nemen: modepionier Joline Jolink, duurzame wol-expert Reina Ovinge (The Knitwit Stable) en natuurlijke verfspecialist Roua Alhalabi. Elke stap – van het scheren van de schapen tot het breien en verven – gebeurde bewust en met respect.
Nederlandse wol als tegengeluid
Gertrude’s verhaal begint bij de grondstof: 100% Nederlandse wol. En dat blijkt gek genoeg bijzonder, leert Reina Ovinge (The Knitwit Stable) me als ik haar boerderij en brei-atelier bezoek in Baambrugge.
In Nederland wordt jaarlijks ruim 1,2 miljoen kilo wol verspild of zelfs verbrand. Niet omdat het onbruikbaar is, maar simpelweg omdat er geen markt voor is. Waar andere wolsoorten veel geld waard zijn, krijgen boeren hier momenteel zo’n tien cent per kilo. TIEN CENT! Nu is het letterlijk minder waard dan afval, terwijl wol een prachtig, circulair materiaal is: warm, ademend, zelfregulerend en eindeloos te hergebruiken.
Volgende week duik ik hier dieper in (geloof me: alle discussies over dit materiaal zijn een deep dive waard), maar voor Joline en Reina was dit dé aanleiding om te werken met de wol van Kempische heideschapen. Deze dieren grazen in beschermde natuurgebieden, houden het landschap open en gezond en leveren zo een dubbele bijdrage: aan zowel de biodiversiteit als aan onze kast. Hun wat grovere wol geeft Gertrude karakter, wat Joline bewust vertaalde naar een stoerder ontwerp.
En dan begint pas het echte werk. Na het scheren wordt de wol gewassen, gekaard, gesponnen, opnieuw gewassen en pas dan heb je garen. Daarna werd Gertrude in Baambrugge gebreid. En geloof me: ondanks de machines is dit nog steeds een arbeidsintensief proces (iets wat veel mensen zich totaal niet realiseren). Alleen al het aan elkaar zetten van de losse panden, het zogenaamde linken, kost zo’n anderhalf uur. Elke trui werd op deze manier met zorg en aandacht gemaakt, in een oplage van slechts vijftien stuks.
Indigo-magie uit eigen tuin
Maar daar eindigt het verhaal niet. Joline zaaide begin 2024 samen met natuurlijk verfspecialist Roua Alhalabi wedeplanten in de grond van haar Fashion Farm: planten die, als je ze op precies de juiste manier behandelt, een diepe indigo vrijgeven (wat je niet verwacht met knalgele bloempjes).
Toen de planten volgroeid waren, begon een proces dat allesbehalve simpel is. Eerst de oogst. Dan het maken van een soort thee van de bladeren. Dan laten fermenteren tot er een verfbad ontstaat met de juiste pH. En pas dán kun je beginnen met verven. Elke trui werd één voor één in het bad gedoopt, eruit gehaald, laten drogen, opnieuw gedoopt, net zolang tot de kleur precies goed was. Dit proces duurde drie dagen, vertelde Joline me. Drie. Hele. Dagen. Alleen voor de kleur!
Tijdens mijn bezoek liet Joline me het verfbad zien. Het staat nog steeds in haar schuur en ze vertelde dat het een levend organisme is dat je moet ‘voeden’ en in balans houden om het te kunnen blijven gebruiken. Ik vond dat zó magisch om te horen. Vergelijk dat met fast fashion, waar kleur gewoon uit een anoniem chemisch vat komt en niemand weet waar het vandaan komt. Dit is wat je eigenlijk wilt.
Werkelijke waarde
Wát een proces, toch? Je begrijpt dat dit nooit een trui van een paar tientjes kan zijn. Joline rekende het door: als je ieder arbeidsuur eerlijk zou waarderen, zou één trui rond de tweeduizend euro kosten. Uiteindelijk werd het €498. Dat is misschien niet voor iedereen haalbaar, maar het ís de eerlijke waarde. Geen massaproductie of hoge marges, maar een realistische prijs voor arbeid, materiaal en betekenis.
Je kunt Gertrude nu lenen
Van de vijftien truien werden er veertien verkocht. Eén trui, de eerste, hield Joline bewust zelf. Maar na een tijdje besefte ze: Gertrude is niet gemaakt om in een kast te hangen. Ze moet reizen, gedragen worden en mensen ráken. Daarom besloot ze om haar beschikbaar te stellen via LENA Library in Amsterdam (die ik eerder interviewde).
Voor €2,50 per dag (maximaal een week) kan iedereen nu de allereerste Gertrude dragen. Een schijntje, natuurlijk, maar dat is precies de bedoeling: Joline en LENA willen dat zoveel mogelijk mensen haar kunnen ervaren.
En er is nog iets moois: bij Gertrude ligt een fysiek dagboekje. Iedereen die haar leent, kan er iets in schrijven: waar je haar mee naartoe hebt genomen, hoe ze voelde of wat ze voor je betekende. Zo groeit haar verhaal mee met iedereen die haar draagt. Het doet me denken aan The Sisterhood of the Traveling Pants: één kledingstuk dat langs verschillende mensen reist en bij iedereen een stukje leven verrijkt.
Gisteren was ik bij de lancering van deze samenwerking. Iedereen uit de keten was er (behalve Roua, die helaas ziek was) en er hing zóveel liefde in de winkel dat ik de hele terugweg met een belachelijk brede glimlach heb gefietst. Voor mij werd weer duidelijk: beleidsregels en campagnes zijn belangrijk, maar echte verandering begint bij verbinding en waardering, van elkaar en onze spullen. Als je dát voelt, ga je vanzelf anders kopen, zorgen en praten over kleding.
Foto’s onderaan: Joan Victoria
Support mijn werk
Helpt mijn werk jou om kritischer naar de mode-industrie te kijken en met meer liefde naar je eigen kast? Ik kies ervoor om alle content op When Sara Smiles gratis te houden, zodat iedereen deze belangrijke verhalen kan lezen. Dat betekent wel dat ik voor dit werk afhankelijk ben van jouw steun. Via mijn Petje Af pagina of deze Tikkie link kun je me een symbolische lunch of koffie trakteren, of maandelijks doneren. Zo maak jij het mogelijk dat ik dit werk kan blijven doen. Heel veel dank! Liefs, Sara