Sara's duurzame reis
Ook ik maak hypocriete keuzes in mijn kledingkast (maar laten we ophouden met perfectiedenken)

Ook ik maak hypocriete keuzes in mijn kledingkast (maar laten we ophouden met perfectiedenken)

Nu ik ruim 8 jaar over duurzame kleding (en fast en slow fashion) schrijf, merk ik dat steeds meer mensen me als een expert gaan zien. Het klopt dat ik inmiddels heel veel heb geleerd over de mode-industrie, mijn koopgedrag en mijn kast. Maar dat betekent niet dat ik altijd perfecte duurzame keuzes maak. Ik houd mijn reis bewust haalbaar en leuk voor mezelf. En dat betekent dat ook ik soms hypocriete keuzes maak. Maar doen we dat niet allemaal? En is dat niet gewoon oké?

 

“Hoe kom ik van mijn koophonger af?”. “Hoe heb jij die perfecte duurzame kast gecreëerd?”. “Waar haal jij duurzame sokken?”. “Hoe zorg ik ervoor dat ik alle items in mijn kast regelmatig draag?”. Het is een greep uit de vragen die ik regelmatig krijg. En, dit is iets dat je misschien niet verwacht, waar ik eigenlijk geen antwoord op heb. Of ja, in theorie zou ik er allemaal antwoord op kunnen geven. Maar het zou ook een beetje hypocriet zijn. Want ik leef de antwoorden zelf ook niet. Ik heb niet de perfecte duurzame kast. Ik voel nog regelmatig koophonger. En (tja, sorry, allemaal) ik koop mijn sokken lang niet altijd duurzaam.

 

Maar dat is wel wat mensen bij mij verwachten.

 

Logisch, want als je iemand volgt die zich ergens hard voor maakt, en zich daar al jarenlang mee bezighoudt, creëert je hoofd daar een vrij perfect beeld van. “Die persoon zal het wel weten, en het dus helemaal doorleven”. Mensen denken bij mij dat ik op duurzaam modegebied alles op een rijtje heb. Maar niet alleen dat; ook denken mensen vaak dat ik super duurzaam leef, op elk gebied heel bewust keuzes maak, vegan ben en noem maar op.

 

Ik herken dat bij mezelf. Ook ik kan bij idealistische vegan influencers denken dat ze dan vast nooit meer fast fashion kopen en of nooit meer vliegen. En ik denk dat iedereen dat doet. We stoppen elkaar makkelijk in hokjes en vakjes. Maar naar onszelf kijken we heel anders. Veel genuanceerder. Van jezelf snap je dat je identiteit, en hoe je daar uiting aan geeft, zó ontzettend gelaagd is. Dat het verleden, je DNA, je opvoeding en je omgeving allemaal invloed op je uitoefenen. Dat je lang niet altijd dezelfde – en de meest ideale – versie van jezelf kunt zijn (verre van, zelfs). Dat je ook niet altijd de ruimte of het budget hebt om ‘de perfecte keuze’ te maken, wat dat ook is. Dat je heel veel dingen goed doet en ook veel dingen niet, en dat je lerende bent. Dat dát je juist mens maakt en dat het helemaal oké is. 

 

 

Mensen kunnen elkaar (vooral online) zó ontzettend veroordelen

Maar zo kijken we niet naar anderen. Hoe vaak veroordeel je een duurzame influencer niet die wel met het vliegtuig reis? Of iemand die zich inzet voor duurzame kleding, maar wel vlees eet? Of die juist vegan is, maar wel fast fashion koopt? Ook ik krijg wel eens te maken met bozige DM’s van mensen die ‘in mijn rol’ bepaalde verwachtingen hebben. Vergeleken met andere storytellers valt het bij mij nog enorm mee; wellicht omdat ik me niet heel uitgesproken profileer (simpelweg omdat ik dat ook niet ben). Maar ik hoor het veel om me heen. Ik denk dat veel mensen vergeten dat er aan de andere kant van het scherm ook een mens zit – dat vaak keihard z’n best doet en het ook niet altijd weet.

 

Even eerlijk he… jij als lezer van dit artikel. Als jij naar jezelf, je kast, je koopgedrag, je léven kijkt: ligt je gedrag dan altijd in lijn met hoe je naar de ideale wereld kijkt? Als je duurzaamheid belangrijk vind, leef je dan altijd perfect duurzaam? Als je deze vraag met “ja” beantwoordt, vind ik dat ontzettend knap – ik moet de eerste perfecte mens namelijk nog ontmoeten. Iedereen heeft uitdagingen. 

 

Perfectie bestaat niet – dus verwacht dat ook niet van een ander

 

Bovendien geloof ik niet in perfectie. Ik vind het echt een illusie – één die meer verpest dan bijdraagt. Er is een verschil tussen constant willen ontwikkelen (= jezelf vormen vanuit je wilt ontwikkelen) en streven naar perfectie (iets dat buiten jezelf ligt willen nastreven vanuit controle). Dat laatste ga je nooit bereiken, ontwikkeling kent geen eindpunt, en het is ongelooflijk oneerlijk om het wel van een ander te verwachten. Daar gaat het vaak mis, en zoals Emy Demkes in dit artikel van De Correspondent schrijft, houdt het de duurzame transitie behoorlijk tegen. Het is veel waardevoller als veel mensen stappen zetten en daar enthousiast over zijn, dan dat we constant zoeken naar flaws bij de ander waar je diegene dan hard op kunt wijzen zodat het lijkt alsof jij het beter doet. Het leven, elk mens en elke situatie is zo genuanceerd. Lammert Kamphuis schrijft erover in zijn boek Verslaafd aan ons eigenlijk gelijk, waarin hij pleit voor meer perspectievische lenigheid in onze blik op de wereld. Want alles is veel genuanceerder dan de internetfuik en de talkshowtafels ons doen geloven.

 

Waarom ik nu op systeemverandering focus

 

Bovendien is het een illusie dat verandering de volledige verantwoordelijkheid zou zijn van het individu. Natuurlijk: iedereen is in the end verantwoordelijk voor z’n eigen keuzes. Maar niemand leeft autonoom. We zijn onderdeel van een complex systeem dat keihard invloed op ons uitoefent. Sterker nog; juist de grote machtige media en bedrijven, die de budgetten hebben om ons te bereiken, hebben de beste psychologen en marketeers in dienst om ons te beïnvloeden (dat is namelijk hun werk). Mijn generatie is opgegroeid in een maatschappij die (veel) kopen normaliseerde, en dat is de boodschap die ik mijn hele leven mee kreeg. Ik heb mijn hele jeugd in de media gezien hoe vrouwen werden bekritiseerd op hun uiterlijk en dat zo ongeveer iedereen te dik zou zijn. Dat dit mij in mijn tienerjaren enorm onzeker maakte en dat dit leidde tot mijn fast fashion verslaving (binnenkort vertel ik dit verhaal in de eerste aflevering van mijn podcast!), is niet zo gek. Onze omgeving beïnvloedt ons meer dan we willen. En het is niet eerlijk om de volledige verantwoordelijkheid bij het individu neer te leggen.

 

De afgelopen jaren ben ik van ver gekomen en ik ben trots op waar ik sta. Mijn kast is zoveel duurzamer, ik sta heel bewust in het leven en heb een goede, kritische blik naar merken toe ontwikkeld. Ook de rest van mijn leven vul ik bewust in. We verbruiken heel weinig water en energie, hebben al lang niet gevlogen en gaan voornamelijk op duurzame campingvakantie, we kopen voornamelijk tweedehands spullen, gaan bewust met restjes om en leven redelijk sober, denk ik. We doen geen heftige aankopen of gekke dingen die veel impact hebben. Ik vind dat we het overall heel goed doen. Maar in het kader van transparantie en practice what you preach: ik v ind het ook belangrijk om mijn niet-duurzame keuzes te delen. Want die zijn er wel degelijk. 

 

 

Mijn hypocriete keuzes, ondanks mijn duurzame activisme)

 

1. Ik zat in 2023 ver over de 5 nieuwe kledingstukken…

 

die je per jaar mag hopen om binnen de 1,5 graad opwarming te blijven. Geen idee hoeveel ik precies heb gekocht, maar ik heb dat zeker niet gered. Het komt vooral door de fantastische duurzame ondernemers die ik tegenwoordig ontmoet, hun inspirerende verhalen en geweldige collecties. Ik word zó blij van mooie duurzame initiatieven. Ik support ze graag én deel ze graag. Maar stiekem zorgt dat soms wel voor support-aankopen die ik eigenlijk niet nodig heb. Ik sta daar overigens wel achter. 

 

2. Mijn sokken koop ik nog steeds voornamelijk bij Hema

 

Dat is nogal een uitspraak voor iemand die een Duurzame Sokken Guide op haar website heeft staan. Op sokkengebied ben ik blijkbaar een gewoontedier, ik koop ze daar namelijk altijd al en ik vind hun simpele zwarte sokken fijn en lekker betaalbaar. Vooral die van bamboe, die zijn lekker glad en wat langer, waardoor ik de randjes van m’n enkellaarzen niet in m’n been voel. En de Hema zit op de hoek en ik bedenk me altijd dat ik NU sokken nodig heb als m’n collectie weer is uitgedund.

 

3. Beha’s haal ik nog steeds bij Hunkemöller.

 

Nu zetten zij ook heus wel stappen richting meer keteltransparantie en duurzaamheid, maar ze zijn zeker geen pionier. In mijn Grote Duurzame Lingerie guide staan fantastische merken, maar ik wil gewoon een beugelbeha die lekker zit en mooi staat bij mijn borsten. En die vind je niet bij duurzame merken (mede omdat een beugelbeha uit zoveel verschillende onderdelen bestaat dat je ‘m überhaupt niet snel ‘duurzaam’ kan noemen). Ik heb maar een paar beha’s en ik vind het zo’n essentieel kledingstuk qua comfort, dat moet gewoon perfect zitten. Dus zolang ik geen alternatief heb, blijf ik deze kopen en daar sta ik achter. 

 

4. Ik draag lang niet alles uit m’n kast regelmatig

 

Als ik terugkijk op mijn fast fashionperiode, heb ik me mega ontwikkeld. Destijds droeg ik veel items slechts een paar keer voordat ik ze afdankte, maar nu draag ik een groot deel van mijn kast regelmatig. Maar er zijn ook items die ik amper of zelfs helemaal niet draag. Ook ben ik niet super netjes. Tegenwoordig probeer ik echt in vaste plekken, bakken en vakjes te denken, maar er ligt nog regelmatig een kledingstuk op de grond. Niet zo duurzaam, gezien de wrijving met de vloer en het feit dat items veel sneller stoffig worden.

 

5. Ik voel nog steeds wel eens koophonger

 

Als ik niet lekker in m’n vel zit, kan ik in m’n eigen Merkenindex op zoek gaan naar kleding omdat ik toch weer behoefte heb aan dat dopamineshot. Tijdens mijn fast fashionperiode was ik daar constant naar op zoek in webshops en fast fashionwinkels. Logisch: het nieuwe en spelen met je uiterlijk zijn gewoon interessant en leuk. Ik ben een gevoelskoper. Dat werkt tegenwoordig vaak in m’n voordeel, maar ik heb ook zat momenten waarop ik niet lekker in m’n vel zit en er dan toch oude patronen – die ik gelukkig diep weggestopt en deels overschreven heb – op komen.

 

Bijvoorbeeld als ik lange tijd eentoniger werk heb gestaan, het erg druk heb gehad, het druilerige seizoen en m’n kast zat ben of als ik ongesteld moet worden en een kutdag heb (heb ik niet vaak, maar ze bestaan ;)). Shoppen is lange tijd mijn pleister geweest, dus die associatie zit diep. Het verschil is alleen dat ik mijn gedachte kan rationaliseren, mede door deze filosofische oefening, en vervolgens besef dat het onzin is. En dat shoppen natuurlijk niet gaat helpen. Maar denk niet dat ik nooit meer koophonger heb of miskopen doe. Ik denk dat veel mensen dit nog wel eens ervarener maar dat het een beetje taboe is om over te praten in de duurzame wereld. 

 

6. Voor de kids maak ik niet altijd super duurzame keuzes

 

Voor de kids probeer ik bewuste keuzes te maken, vooral door niet teveel kleding te hebben. Ze hebben alledrie kleine kasten en doen lang met hun kleding: ze dragen het eerst oversized en daarna fitted. Dat vinden ze ook helemaal normaal. De oudste kan nu de kleinste vintage maatjes aan, dus dat is te gek. Maar hij heeft ook een mening en een smaak die hij moet kunnen dragen. De jongens hebben allebei items van Zara met animefiguren die ze te gek vonden. Fast fashion, maar ik kon het nergens anders vinden en ze dragen de kleding erg vaak en lang (ik moet ook eerlijk zeggen: ik vind de kwaliteit best goed). Vooral voor oudere jongens vind ik het aanbod op Vinted erg beperkt. Niet zo gek, als ik me bedenk dat ook zij vaak met vlekken thuis komen 😉

 

7. Frankie draagt wel eens Zara

 

Ook voor Frankie krijg en koop ik wel eens tweede- of derdehands items van Zara, via vriendinnen of via Vinted. Deze geef ik na gebruik ook altijd weer door, of ik verkoop ze aan de volgende via Vinted. En ik moet je zeggen: ik ben daar oké mee. Ze heeft ook sokjes van Arket (biologisch katoen), omdat ik de kwaliteit heel goed vind. 

 

8. Ik gebruik soms niet-duurzame cosmetica

 

Ik heb momenteel een goedkope mascara van de Etos en een Mac lipstick. Die had ik ooit, vond ik echt prachtig en ik kon zo’n enorm matte en dekkende lipstick niet duurzaam vinden, dus heb ik nu een nieuwe gekocht. 

 

9. Ik ben niet vegan

 

Ik eet steeds vaker vegan, maar ben altijd zo gek op kaas geweest. Ik ervaar momenteel best veel cognitieve dissonantie bij zuivel. Onlangs zag ik bij de Keuringsdienst van Waarde weer zo’n heftig item over de kalfjes die na de geboorte bij de moeder worden weggehaald en ik moest zo huilen. Daardoor skip ik kaas al vaker (bijvoorbeeld ergens overheen, of in een gerecht), maar als er een Franse kaasplank voor me staat, kan ik die echt niet weerstaan. Ik weet dat het een proces is, maar nu ik dit artikel schrijf, voel ik me daar weer schuldig over.

 

Zo. Een flinke lijst. Ik ben benieuwd of het in lijn ligt met het beeld dat je van me had. Zijn er dingen die je vindt tegenvallen? Die je niet bij mij had verwacht? En wat zegt dat over mij, of over jou? Ik denk dat het vooral belangrijk is om

__________

 

Fotocredits: Loïs Smit

 

 

 

______

De beste sustainable fashion inspiratie in je inbox?

Schrijf je in voor de gratis WSS newsletter en ontvang elke twee weken het laatste nieuws uit de duurzame modewereld, inspirerende merken, kritische blikken op de kledingindustrie, brand guides, kortingscodes en ander moois. Gewoon lekker makkelijk in je mailbox 🙂