Sara's duurzame reis
Mijn persoonlijke modereis: van fast fashion aanjager naar voorvechter van conscious fashion

Mijn persoonlijke modereis: van fast fashion aanjager naar voorvechter van conscious fashion

Soms krijg ik wel eens de vraag hoe het is gekomen dat ik zo’n voorvechter van conscious fashion ben geworden. Even voor de duidelijkheid: ik ben niet altijd met duurzame en eerlijke kleding bezig geweest. Sterker nog: het grootste gedeelte van mijn bijna 30-jarige leventje was ik een fast consuming, trendgevoelige fashion victim. Er is dan ook een lange reis vooraf gegaan om te komen bij de idealen die ik nu heb. En het lijkt me goed om die eens te delen. Dit is ‘m, mijn modereis so far. It’s not all pretty, maar wel eerlijk. En het heeft uiteindelijk tot hele waardevolle inzichten geleid…

 

6

Chapter 1.
Fast fashion modeblog

Mode is altijd belangrijk geweest in mijn leven. Als kind was ik gek op verkleden en ik vond het héérlijk om mezelf een ander uiterlijk en een gek karakter aan te meten. Ook toen ik ging puberen zag ik mode als een vorm van zelfexpressie, een fantastisch experiment (hoewel ik er – geloof me – in die periode doorgaans ontzettend onflatteus uitzag). Tegelijkertijd was ik vrij onzeker, over zowel mijn uiterlijk als mijn kunnen. ‘Er leuk uitzien’ was een manier om daarmee om te gaan. Het is ontzettend uncool om toe te geven, maar ik denk dat veel jonge meiden er zo in staan, of ze er nu bewust voor kiezen of niet.

Toen kwam het internet op. Eind middelbare school (2005) was ik erg actief op een modeforum (blogs bestonden nog niet!. Zo kwam ik in aanraking met andere meiden, door heel Nederland, die mode net als ik fantastisch vonden! Ik vond het zo leuk: we deelden tips, tricks en nieuw geshopte items, we bespraken trends en wisselden outfit-inspiratie uit door spiegelfoto’s te maken (zie boven, ik kwam ze onlangs weer tegen. Ze zijn alweer zo’n 9 jaar oud, denk ik). Door alle inspiratie op het forum ging ik steeds meer kleding kopen. Jonge meiden kunnen elkaar enorm ophypen en hebberig maken, en het internet is natuurlijk de ideale manier om met elkaar in contact te komen. Op een gegeven moment kwamen de eerste modeblogs op. Ook ik begon er één. Ik deed wat het gros van de bloggers deed: elke week maakte ik outfitfoto’s met mijn toenmalige vriend op een locatie die er leuk uitzag. Ik kocht steeds vaker nieuwe kleding om divers en interessant te blijven. Mijn kledingkast groeide met de week en mijn modehonger ook. Mijn blog werd langzaam bekender en ik kreeg veel waardering. Dat voelde zo, zó goed! Nu besef ik daarentegen dat het ook een gevaarlijke periode was. Want via mijn blog werd ik op mijn uiterlijk beoordeeld, en niet op mijn inhoud (niet zo gek; ik had het ook niet over inhoud). Al die exposure maakte mijn buitenkant alleen maar belangrijker en het meisje eronder nog onzekerder dan ze al was. Als ik naar de hedendaagse blogcultuur kijk, bekruipt me vaak een slecht gevoel. Het wereldje leeft en ademt op mooie buitenkanten. Helemaal met de komst van social media moet alles er maar perfect en sociaal gewenst uitzien. Meiden dragen elke dag weer de nieuwste, meest fantastische outfits, altijd vergezeld met een stralende tandpastaglimlach. Maar ik weet dat varen op uiterlijke waardering ook vanbinnen iets met je doet. Het kan de overhand gaan nemen in je leven. Maar goed, het voelde goed, dus ging ik er vrolijk mee door.

 

2

Chapter 2.
Fast fashion webshop

Op een gegeven moment – ik weet niet meer precies waarom en hoe – leek het me fantastisch om naast mijn blog een eigen sieradenwebshop te beginnen. Ik wilde graag een eigen onderneminkje, echt iets van mezelf. En oké, het zou helemaal leuk zijn als het ook nog wat opbracht. In 2008 was de webshopwereld nog niet geëxplodeerd. Er was nog veel ruimte in de markt en ik zag kansen om goedkope, trendy sieraden (denk: prijzen variërend van € 4,- tot € 15,-) te verkopen. Ik kocht van mijn laatste € 100,- op goed gevoel een eerste minicollectie in. Mijn toenmalige vriend hielp me aan een logo en bouwde een website. Tadaa… mijn eigen webshop was geboren. Elke inkoop groeide de collectie in diversiteit en omvang en ik begon steeds beter aan te voelen welke trend-items goed liepen. Ik deed alles zelf: van het importeren van de producten uit de VS en China tot het fotograferen en klantcontact. Het verdiende goed (voor een studentenbaantje) en vol vrijheid bouwen aan een eigen zaakje voelde geweldig. Bovendien vond ik het creatieve gedeelte – de fotografie en bouwen aan het merk – ontzettend leuk om te doen. Ik was er continu mee bezig, naast mijn studie. Tot diep in de nacht, puur en alleen uit passie.

Op een gegeven moment stapte ik over op het verkopen van zonnebrillen. Ik wilde wat nieuws, betaalbare zonnebrillenshops bestonden destijds amper en de marge op zonnebrillen bleek veel hoger te zijn dan op sieraden. Om je even een eerlijk beeld te geven: waar ik aan de groothandel vaak € 1,20 betaalde voor een dozijn (vergis je echter niet; tel daar hoge verzendkosten, invoerrechten en douanekosten, arbeidsuren en daarna nog belasting bij op) en ik kon het achtvoudige vragen, maar dan per stuk. Mensen bestelden vaak meerdere brillen, omdat ik nog steeds één van de goedkoopste was. Laat staan hoeveel winst andere inkopers maakten. 

Doordat ik op een gegeven moment zo goed op de hoogte was van de extreem lage prijzen en hoeveel items sommige meiden inkochten, begon ik langzaam maar zeker na te denken over de waarde van producten. Hoe konden die sieraden en brillen zó goedkoop geproduceerd worden? Bovendien zaten er vaak kapotte of scheve exemplaren in – logisch dat je inlevert op kwaliteit als je spotgoedkope massaproducten bestelt. Ik had een stereotype fast fashion winkeltje, met goedkope, plastic producten waarvan het niet erg was als het binnen een maand kapot ging, want dan kochten mensen gewoon een nieuwe. Of twee. Of drie. Die mentaliteit begon op een gegeven moment te knagen.

51

Chapter 3.
Adempauze

Langzaam ging ik steeds meer nadenken over het fast fashionsysteem en mijn eigen rol daarin. Ik voelde me een beetje gevangen in een slechte loop: ik kocht ontzettend veel goedkope, trendgevoelige items en het geld om dat te kunnen bekostigen verdiende ik (voor een deel) met het bedrijfje dat anderen daarin voorzag. Op een gegeven moment vond ik dat het klaar was. Ik wilde niet langer verbonden zijn met dit systeem en meer verantwoordelijkheid nemen als consument.

Ik stopte cold turkey met zowel mijn blog als mijn webshop. Een paar jaar lang heb ik op dit gebied niks gedaan. Soms wilde ik mijn modeleven beteren, maar dan lonkte die verdomde Zara weer als ik erlangs liep en dan stond ik een uur later weer met een volle tas (en een dikke glimlach) buiten. Maar toen kwam half 2015 de trailer van Sweat Shop voorbij op mijn Facebooktimeline. Het was een docuserie, waarin Noorse modejongeren naar een kledingfabriek in Azië werden gestuurd, om met eigen ogen te zien hoe het er wérkelijk aan toegaat in de kledingindustrie. NPO zond ‘m uit en diezelfde avond heb ik alle de episodes zitten kijken (bekijk Sweat Shop hier!). Kort erna zag ik The True Cost. Ergens wist ik al veel over de misstanden in de kleding-industrie, maar toch maakte het een enorme indruk.

Ik geloof dat het september 2015 was, toen ik met collega Moniek over een betere modewereld praatte. “Zullen we anders een fair fashion challenge doen, puur voor onszelf? Een maand lang alleen maar eerlijke kleding kopen!” We bedachten dat het een leuke uitdaging zou zijn om onszelf spelenderwijs te pushen om meer te weten te komen over de wereld van fair fashion. Mijn lessen van die maand maakten iets los bij me. Hier móest ik iets mee! Ik wilde de wereld van fair fashion ontdekken en andere mensen helpen om bewustere modekeuzes toegankelijker te maken. Zo ontstond in december 2015 When Sara Smiles: een openbaar dagboek van mijn eerlijke ontdekkingstocht (met alle ups en downs), voor iedereen die ook benieuwd was naar conscious fashion.

 

4

Chapter 4.
When Sara Smiles

En inmiddels is het april 2017. In die anderhalf jaar is er veel veranderd. Om me heen merk ik dat conscious fashion zich lsteeds meer mensen na gaan denken over bewuster kopen en dat vind ik erg leuk om te zien. Ook zelf blijf ik stappen maken. Ik besef dat ik niet alleen conscious fashion belangrijk vind, maar conscious living als geheel: een meest holistische benadering van tevreden leven in harmonie met mijn omgeving. Zo merk ik dat minimaliseren langzaam mijn volgende topic aan het worden is, al ben ik nog niet zover dat ik dit vol overgave kan toepassen.

Al met al kijk ik met een glimlach terug op mijn modereis, so far. Al die fast fashionmomenten van het verleden zijn misschien niet iets om apetrots op te zijn, maar ze hebben me wel gebracht waar ik nu ben. En als ik kijk naar de koers die ik nu in mijn modereis aan het varen ben, kan ik alleen maar met een glimlach naar de toekomst kijken 🙂