Kritische blik
10 jaar na Rana Plaza – waarom de kledingindustrie nog een lange weg heeft te gaan

10 jaar na Rana Plaza – waarom de kledingindustrie nog een lange weg heeft te gaan

10 jaar geleden vond de grootste ramp in de kledingindustrie óóit plaats. De instorting van kledingfabriek Rana Plaza in Bangladesh zond een schok door de wereld: op een vreselijke manier werd duidelijk hoe mensonterend de fast fashion industrie met mensen om gaat. Maar was het ook echt een wake-up call? Dit is hoe de kledingindustrie er 10 jaar na de ramp voor staat. En het vereist geen rocket science om te beseffen dat er, ondanks een belangrijk akkoord, helaas bar weinig veranderd is.

 

De Rana Plaza ramp schudde de fast fashion industrie eindelijk wakker – dáchten we

 

Op 24 april 2013 ging er een schok door de modewereld. Het was overal op het nieuws: een grote kledingfabriek in Dhaka, Bangladesh, was ingestort. Een enorm gebouw, van 8 verdiepingen, waar op dat moment 5000 mensen aan het werk waren. Voornamelijk jonge vrouwen van 20-30 jaar, die op hoge snelheid kleding produceerden voor allerlei fast fashion merken voor zo’n 28 euro per maand – vele malen lager dan een leefbaar loon.

 

De Rana Plaza ramp is de dodelijkste in de kledingindustrie óóit: 1138 mensen kwamen om en meer dan 2500 mensen raakten (zwaar)gewond. In het puin werden niet alleen lichamen gevonden, maar ook kledinglabels van bekende merken, zoals Primark, Mango, Zara, C&A en Benetton. De wereld was verbijsterd. En wat het extra heftig maakte: de ramp had makkelijk voorkomen kunnen worden. Dagen ervoor werden er al duidelijke scheuren waargenomen. De levensbedreigende situatie was algemeen bekend en al meerdere malen aangekaart door werknemers. Op een gegeven moment was de angst voor instorting zo groot dat arbeiders weigerden om het gebouw in te gaan. Helaas hadden ze geen keus: de fabrieksleiding vertelde hen dat ze bij plichtsverzuim direct ontslagen zouden worden, zonder enige uitbetaling. Aangezien er geen vakbond was om krachten te bundelen en mensen geen financiële buffer hadden om hun gezin te voeden, kwam iedereen op 24 april uit wanhoop opdagen. De rest is geschiedenis.

 

 

 

Ik was totaal geschokt 

 

Alle grote media pakten het nieuws op en ook ik zag de beelden op het journaal. Ik – fervent fast fashionista – was compleet geschokt. Totale kortsluiting in m’mn hoofd. Niet alleen door de vreselijke beelden van lichamen onder het puin, maar ook door het besef dat mijn koopgedrag direct bijdroeg aan het systeem dat dit mogelijk maakte. Ik kocht zoveel kleding in die tijd. Wekelijks vielen er (grote) pakketjes op mijn mat van fast fashion merken. H&M, Zara, Asos, Topshop, Boohoo – dagelijks zat ik door webshops te scrollen en ik verslond hun collecties.

 

De reden achter de ramp: fast fashion’s race to the bottom

 

Ik hield van mode, maar dacht er geen seconde over na dat al die spotgoedkope kleding gemaakt zou kunnen zijn onder slechte omstandigheden. Voor het eerst besefte ik dat de werkelijke prijs van kleding niet door mij, maar door de makers van onze kleding en de natuur wordt betaald. De afschuwelijke realiteit op tv heeft kunnen gebeuren doordat hebberige consumenten zoals ik een systeem van uitbuiting supporten: fast fashion’s race to the bottom. Omdat wij snelle trends willen voor zo weinig mogelijk geld, worden mensen aan de andere kant van de wereld totaal inhumaan behandeld.

 

Zie hier het resultaat van jarenlange globalisering van de kledingindustrie. Sinds bedrijven als H&M en Zara ontdekten dat ze trends sneller bij de consument konden brengen én met productie in lagelonenlanden hun winstmarges konden verhogen, is de kledingindustrie in een versnelling geraakt. Doordat deze machtige Westerse merken continu keken waar het nóg goedkoper en sneller kon, zagen fabrieken geen andere optie dan hun diensten voor een steeds lagere prijs aan te bieden om te overleven. Omdat wet- en regelgeving in deze landen ontzettend slecht geregeld is, en er amper toezicht is vanuit de overheid, heeft deze spiraal naar beneden decennialang kunnen doorglijden.

 

Het gevolg: fabrieken worden zó hard uitgeknepen dat er geen geld meer is om werknemers een eerlijk loon te betalen – en waarom zouden fabrieken ook? Werknemers hebben geen opleiding en geen alternatief, en zijn daarmee compleet afhankelijk van deze baan. Bovendien is er geen recht op vereniging, en zonder hulp kunnen werknemers niks. Ook zorgt het ervoor dat veiligheidsvoorschriften niet worden nageleefd. Scheuren in het gebouw? Je ogen dicht knijpen en reparatie zo lang mogelijk uitstellen. Terwijl ik dit schrijf, bekruipt me weer een gevoel van onmacht en boosheid. 

 

 

 

Internationale organisaties kwamen in actie na de ramp: het Bangladesh Accord

 

Na de Rana Plaza ramp was iedereen het erover eens: dit mag nóóit meer gebeuren. Vanuit verschillende grote organisaties, lobbyisten en vakbonden werd druk uitgeoefend om een Internationaal Akkoord op te stellen dat voor meer veiligheid in kledingfabrieken moest zorgen: het Accord on Fire and Building Safety in Bangladesh. In het filmpje hieronder zie je wat dit inhoudt. In het kort: de kledingmerken, fabrieken en lokale partijen die het Akkoord ondertekenen kunnen via deze weg krachten bundelen om samen de veiligheid van kledingarbeiders te verbeteren. Middels fabrieksinspecties, betaald door de kledingmerken die er produceren, wordt er per fabriek een rapport gepubliceerd. Verbeterpunten krijgen een deadline om de veiligheid te kunnen blijven garanderen. En werknemers krijgen de mogelijkheid om klachten eerlijk door te geven. Houdt iemand zich niet aan de afspreken? Dan kunnen er gerechtelijke consequenties aan verbonden worden. 

 

 

 

Veel kledingmerken ondertekenden het akkoord en volgens verschillende organisaties, zoals Schone Kleren (een organisatie die vecht voor eerlijke arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie), heeft dit al vele mensenlevens gered. Het was dus een groot succes, ondanks dat de werkomstandigheden in de kledingindustrie verder erbarmelijk bleven: de hoge druk om te produceren, de extreme overuren en dito onderbetaling bleven. 

 

Tien jaar na Rana Plaza: wat is er nou écht veranderd?

 

In 2018 liep het Akkoord af. In 2021 werd er een nieuwe versie opgesteld: het International Accord on Health and Safety. Ik hoef je niet uit te leggen hóe belangrijk het is dat alle grote kledingmerken die in hogerisicolanden produceren, die akkoord ondertekenen. Helaas mogen ze dit zelf weten. Gelukkig hebben al veel merken het akkoord getekend, waaronder grote spelers als Inditex (Zara Bershka, Pull & Bear, etc.), H&M, Primark, Benetton, Adidas, Zalando, C&A, River Island en vele anderen (bekijk hier de volledige lijst). Inmiddels heeft dit akkoord volgens Schone Kleren al een veiligere werkplek gecreëerd voor 2,5 miljoen mensen. Dat is geweldig!

 

BELANGRIJK: dit betekent zéker niet dat deze merken automatische onder eerlijke arbeidsomstandigheden produceren. Het betekent puur dat ze het akkoord hebben ondertekend en meebetalen aan veiligheidsinspecties in de fabrieken waar ze produceren. Ook bekent dit niet dat werknemers van fabrieken die zijn aangesloten bij het akkoord, een leefbaar loon krijgen (= genoeg om in je basisbehoeften te voorzien, zoals eten, onderzak, medische kosten en school voor je kinderen). 

 

 

Deze bekende merken weigeren het veiligheidsakkoord te tekenen

 

Nu zou je zeggen: zo’n belangrijk akkoord, dat ondertekent vast iedereen. We wish. Ongeacht de vele pogingen van internationale organisaties om iedereen zo ver te krijgen, weigeren sommige bedrijven zich aa te sluiten. Waaronder:

 

• Levi’s
• Patagonia(!)
• Ikea
• Miss Etam
• URBN (= Urban Outfitters, Free People, Anthropology)
• Kontoor (= o.a. Wrangler, Lee)
• Decathlon
• Disney
• GAP
• Bjorn Borg
• Abercrombie & Fitch
• Scotch & Soda
• Amazon
• Tom Tailor
Bekijk de volledige lijst hier

 

Waarom zou je in vredesnaam niet tekenen?

 

Ik vroeg Schone Kleren wat merken in vredesnaam beweegt om het Akkoord niet te tekenen: “Vaak liften merken mee op andere merken. Dit doen ze door hun producten te laten produceren in dezelfde fabrieken als merken die het Akkoord wél hebben getekend. Dit betekent dat de fabrieken dan wel veiliger zijn, maar merken als IKEA en Levi’s hoeven dan niet mee te betalen. Veel merken verwijzen ook naar hun eigen gedragscodes, terwijl deze vaak niet alles dekken, of ze laten hun fabrieken inspecteren door derden die zij zelf inhuren. Zulke vrijblijvende inspecties falen en hebben niet kunnen voorkomen dat er ongelukken gebeuren. Rana Plaza zelf was ook geïnspecteerd, bijvoorbeeld.”

 

De waarde van zo’n akkoord

 

Deze merken zeggen dus dat ze andere wegen bewandelen om de veiligheid in hun fabrieken te garanderen. Dat kan natuurlijk, fabriekspecifiek, maar Schone Kleren benadrukt dat het Akkoord dé manier blijft om arbeidersveiligheid het beste te beschermen. “Het Akkoord is namelijk juridisch afdwingbaar, vakbonden spelen een belangrijke rol wat ervoor zorgt dat de arbeiders een stem krijgen, er is een hoge mate van transparantie en betrouwbare klachtenmechanismes, en het biedt trainingen voor arbeiders aan ten opzichte van gezondheid en veiligheid.” 

 

Ook worden de grote merken financieel mede verantwoordelijk gemaakt voor het doorvoeren van benodigde renovaties in fabrieken. Én, niet te vergeten: door krachten te bundelen kunnen leveranciers onder druk gezet worden om echt verbeteringen door te voeren. “Stel dat alle merken zich uit een fabriek terug kunnen trekken als er geen verbeteringen komen”.

 

Ik vind Patagonia een opvallende naam in het rijtje: een merk dat bekend staat als zo’n pionier, en dat in 2022 nog al z’n aandelen verkocht aan de aarde. Schone Kleren weet niet waarom Patagonia niet heeft getekend. Wellicht heeft het ermee te maken dat Patagonia maar één leverancier heeft in Bangladesh en het dus niet de moeite waard vindt, omdat het bedrijf weet wat er in die ene fabriek gebeurt. 

 

 

 

Fast fashion en slechte arbeidsomstandigheden zijn nog steeds de norm in de kledingindustrie

 

Zoals hierboven al beschreven: dat er een veiligheidsakkoord ligt dat door veel merken is ondertekend, wil niet zeggen dat de kledingindustrie ineens eerlijk is. En als ik écht uitzoom en naar de wereldwijde industrie kijk, zie ik bar weinig verandering. Nog steeds vinden er zóveel misstanden plaats in productieketens. Een studie van de Europese Commissie toonde aan dat slechts 16 procent van de bedrijven verantwoordelijkheid neemt voor hun hele productieketen.

 

De kledingindustrie is nog steeds een giftig systeem waarbij de race to the bottom leidend is. En door de opkomst van ultra fast fashion merken als SHEIN (bekijk hier de heftige undercoverbeelden in de fabrieken) raakt de situatie van mensen in de kledingindustrie alleen maar meer bedreigd. Bovendien groeien de SHEIN’s van deze wereld harder dan duurzame kledingmerken en er is zó weinig transparantie bij het gemiddelde kledingmerk dat niet eens bekend is hoe de keten in elkaar zit – laat staan dat je mag verwachten dat er ethisch wordt gewerkt.

 

Overconsumptie en -productie zijn enorme problemen. Erbarmelijke arbeidsomstandigheden en salarissen vér onder een leefbaar loon zijn de norm. De snelheid waarmee de modewereld voort dendert is bizar, en daardoor ook de druk op extreem snelle productie, overuren en misstanden. Nog steeds heerst er een lagelonenconcurrentiestrijd tussen fabrieken. Dit resulteert in het meeste werk voor de fabrieken die het goedkoopst produceren – en hun mensen dus ook het slechtst behandelen.

 

Houd moed: uiteindelijk gaan we een goede kant op

 

Toch ben ik ontzettend hoopvol over de toekomst. We moeten namelijk niet vergeten dat er ook zóveel geweldige positieve ontwikkelingen zijn. Denk aan het akkoord, maar ook is de Europese Commissie momenteel aan het kijken hoe er strengere regels kunnen worden opgesteld voor de kledingindustrie en regels voor geïmporteerde kledingmerken. In de Tweede Kamer ligt nu een Initiatiefwet om de kledingindustrie circulair te maken. De Autoriteit Consument en Markt is begonnen met het vervolgen en beboeten van greenwashing (in 2022 moest H&M stoppen met z’n misleidende Conscious lijn). Vergeet niet dat de media steeds vaker kritisch schrijven en dat misstanden nu veel vaker aan het licht komen, wat merken dwingt tot verbetering en meer transparantie.

 

Ik geloof dat we met betere wet- en regelgeving en een sterke internationale lobby uiteindelijk kunnen afdwingen dat kledingmerken hun keten compleet in kaart moeten hebben voordat ze (hier) hun collectie mogen verkopen. En met die data kunnen we tracken hoe producten tot stand komen en hoe de mensen in de keten worden behandeld, zodat we echt concreet druk kunnen uitoefenen op merken en fabrieken. Ik ben ervan overtuigd dat het hier heen gaat. Het gaat alleen veel te langzaam.

 

Gelukkig kunnen we als consument ook veel invloed uitoefenen op het systeem – veel meer dan je denkt! In dit artikel deel ik de meest impactvolle manieren om als consument de kledingindustrie te veranderen 💪

 

Helpt When Sara Smiles je in je duurzame reis?

 

Ik vind het belangrijk om mijn platform gratis te houden 🙂 Waardeer je mijn werk en wil je me supporten? Via deze Tikkie link kun je een symbolische koffie of lunch voor me kopen, waarmee je tijd koopt die ik in nieuwe artikelen kan steken. En áls je iets koopt, kan dat via één van mijn affiliatelinks. Dan ontvangt WSS een kleine commissie. Veel dank!

______

De beste sustainable fashion inspiratie in je inbox?

Schrijf je in voor de gratis WSS newsletter en ontvang elke twee weken het laatste nieuws uit de duurzame modewereld, inspirerende merken, kritische blikken op de kledingindustrie, brand guides, kortingscodes en ander moois. Gewoon lekker makkelijk in je mailbox 🙂